Industrie groeit in Nederland sneller dan in andere eurolanden

De Nederlandse industrie groeit in 2026 weer na drie jaar krimp, gedreven door de snel aantrekkende vraag naar chipmachines en investeringen in defensie en infrastructuur. ING Research rekent in haar nieuwe Vooruitzicht industrie op circa 2% productiegroei, maar het herstel is ongelijk verdeeld. Technologiebedrijven profiteren, terwijl energie-intensieve sectoren, automotive en de voedingsindustrie achterblijven.

“De Nederlandse industrie laat zien dat zij veerkrachtig is in een periode van grote internationale onzekerheid. De groei wordt vooral gedragen door de technologische industrie en de aantrekkende vraag naar chipmachines. De scheefgroei tussen technologische en energie-intensieve industrie neemt weer verder toe”, zegt Edse Dantuma, Sectoreconoom Industrie bij ING Research.

Nederland presteert beter dan veel andere eurolanden

Nederland onderscheidt zich positief van veel andere eurolanden. De productie is sinds eind 2025 duidelijk aangetrokken, terwijl het herstel in de eurozone-industrie als geheel beperkter blijft. Ook de inkoopmanagersindex wijst op meer activiteit in de Nederlandse industrie. De technologische industrie en het unieke halfgeleidercluster helpen Nederland daarbij.

Chipmachinemakers trekken industriële groei omhoog

Na drie magere jaren verbeteren de vooruitzichten voor de industrie. De belangrijkste impuls komt uit de chipmachinemarkt. Na een periode van stagnatie trekt de vraag naar chipmachines weer aan door de grote investeringen in extra chipcapaciteit, gedreven door de AI-boom. Daarvan profiteren niet alleen machinebouwers, maar ook toeleveranciers van metalen en elektronische componenten en systemen. De technologische industrie groeit daarmee als geheel naar verwachting met 3,5%.

Hogere defensie-uitgaven en Europese maatregelen bieden extra steun

Ook hogere defensie-uitgaven, Duitse infrastructuurinvesteringen en Europese protectionistische maatregelen, zoals CBAM en de verhoogde staalheffing, ondersteunen de industriële vraag. De effecten daarvan komen geleidelijk op gang. Defensieorders kennen bijvoorbeeld veelal lange gunningstrajecten en opschaling van industriële defensiecapaciteit kost tijd door een gebrek aan langetermijncontracten, personeelstekorten, investeringsdrempels.

VS en China minder vanzelfsprekende groeimarkten

Tegelijkertijd blijven de internationale risico’s groot. Invoerheffingen drukken op de concurrentiepositie van Nederlandse producten op de Amerikaanse markt. Vooral het 50%-tarief op staal en aluminium raakt niet alleen basismaterialen, maar ook halffabricaten en eindproducten zoals machines en voertuigen. Daarnaast groeit de concurrentie uit China, onder meer in chemie, basismetaal, auto’s en machines. Kleinere chipgerelateerde exportmarkten als Zuid-Korea en Taiwan winnen aan belang, terwijl de afzet van Nederlands product in de VS en China onder druk staat.

Energieprijzen en geopolitiek drukken op vertrouwen

De hogere energieprijzen als gevolg van de oorlog tussen Iran en de VS en de verstoringen rond de Straat van Hormuz hebben het vertrouwen van consumenten en producenten gedrukt. Voor energie-intensieve basisgoederen, zoals geraffineerde aardolieproducten, polymeren, meststoffen en chemische producten, lopen de kosten geleidelijk op. Nederlandse producenten kunnen hogere grondstofprijzen deels doorberekenen, maar de vraag is minder sterk dan tijdens de energiecrisis van 2022. Daardoor blijft de prijsdoorwerking naar halffabricaten en eindproducten naar verwachting ook beperkter.

Tegenwind voor voedingsindustrie en farmasector

Na een sterk 2025 groeit de voedingsindustrie dit jaar niet of nauwelijks. De exportmotor stokt, de binnenlandse vraag is relatief zwak en de krimpende veestapel drukt op het aanbod, waardoor de sector rond de productiepiek van 2018 blijft. Ook de farmaceutische industrie kent een stagnerende productiegroei. Of de sterke groei van eerdere jaren terugkeert, is onzeker door Amerikaanse invoerheffingen, productie-investeringen van grote farmaceuten in de VS en toenemende Chinese concurrentie in merkgeneesmiddelen. Nederland blijft aantrekkelijk voor farmaconcerns dankzij zijn sterke positie in ontwikkeling en productie van vernieuwende medicijnen, zoals blijkt uit Eli Lilly’s investering van €2,6 miljard in een nieuwe fabriek op het Leiden Bioscience Park.