DPAM: Carry blijft aantrekkelijk, maar renterisico vraagt om terughoudendheid van obligatiebeleggers

Vastrentende markten beginnen aan de tweede helft van 2026 met een stevige uitgangspositie. De economische groei houdt stand, de fundamenten in de kredietmarkt blijven solide en de vraag naar inkomen is groot. Toch is voorzichtigheid geboden, stelt Sam Vereecke, CIO Fixed Income bij DPAM, in zijn halfjaarlijkse outlook. Oplopende inflatieverwachtingen, waakzame centrale banken en de onzekerheid rond het conflict in het Midden-Oosten vergroten de onzekerheid.
Sam vereecke
Sam Vereecke

De obligatiemarkt oogt op het eerste gezicht aantrekkelijk. De economische groei blijft veerkrachtig, bedrijven staan er financieel redelijk goed voor en beleggers blijven zoeken naar inkomen. Dat maakt de carry, de lopende vergoeding uit couponinkomsten, nog altijd interessant. Ook binnen het bedrijfsobligatiesegment is de technische steun sterk: de vraag naar obligaties houdt aan en de fundamentele kwaliteit is gezond.

Maar het beeld is niet zonder risico’s. De risicopremies bevinden zich historisch gezien op lage niveaus, wat betekent dat veel positief nieuws al in de prijzen verwerkt lijkt. Daardoor is het opwaarts potentieel in credit beperkt en neemt de gevoeligheid voor tegenvallers toe. Voor beleggers met een lange looptijdblootstelling is vooral de inflatievraag bepalend. De inflatieverwachtingen zijn de laatste tijd opgelopen. Dat betekent niet dat markten het vertrouwen in de lange termijn volledig hebben verloren, maar wel dat beleggers minder gerust zijn over het inflatiepad in de komende jaren.

Inflatieverwachtingen geven een waarschuwingssignaal

Inflatieswaps bieden een nuttige graadmeter voor hoe markten inflatierisico’s inschatten over verschillende looptijden.

De recente beweging zit vooral in het middensegment van de curve. De 2y2y forward-inflatie is duidelijk gestegen in zowel de Verenigde Staten als de eurozone. In de VS begint ook de 5y5y forward lichte opwaartse druk te tonen. De 10y10 forward blijft daarentegen grotendeels stabiel.

Dat wijst niet op een structurele breuk in lange inflatieverwachtingen. De markt prijst eerder een grotere kans in dat inflatie de komende jaren wat hardnekkiger blijft. Dat is een subtiel signaal, maar voor obligatiebeleggers wel een belangrijk signaal.

Voor centrale banken telt dit mee. Zowel de Federal Reserve als de Europese Centrale Bank kijkt nadrukkelijk naar inflatieverwachtingen bij het bepalen van de beleidskoers. In de VS lijkt de arbeidsmarkt inmiddels evenwichtig genoeg om de Fed meer ruimte te geven zich op inflatie te richten. In de eurozone is prijsstabiliteit zelfs nog explicieter de kern van het mandaat.

Dat verklaart waarom markten hun renteverwachtingen hebben aangepast. Als forward-inflatieverwachtingen stijgen, ook al is het beperkt, hebben centrale banken minder ruimte om soepelere financiële condities te bevestigen. Minder verwachte renteverlagingen, of zelfs de prijsstelling van extra verhogingen, passen bij een omgeving waarin centrale banken voorzichtig blijven.

Midden-Oosten bepaalt de bandbreedte

Een lastigere vraag is of beleggers het huidige marktbeeld moeten onderschrijven. Veel hangt af van het verloop van de oorlog in het Midden-Oosten. Een relatief gunstig scenario blijft nog altijd mogelijk. Energie- en grondstoffenmarkten kunnen geleidelijk stabiliseren, ook als prijzen verhoogd blijven en risicopremies niet direct verdwijnen. In dat geval stoppen inflatieverwachtingen waarschijnlijk met stijgen, blijven risicovolle beleggingen redelijk ondersteund en volgen centrale banken vermoedelijk een pad dat grotendeels al in de marktprijzen zit.

Het minder gunstige scenario is dat verstoringen langer aanhouden en grondstoffenprijzen verder stijgen. Dan komt er opnieuw druk op de totale inflatie en kunnen inflatieverwachtingen langer stevig blijven. De kernvraag is niet of energieprijzen één keer stijgen, maar of die beweging doorwerkt in prijszetting, looneisen en inflatieverwachtingen op middellange termijn.

Voor durationbeleggers maakt dit de risico-rendementsverhouding minder aantrekkelijk. In het gunstige scenario is de ruimte voor een sterke rentedaling beperkt als centrale banken terughoudend blijven. In het negatieve scenario komt nominale duration juist onder druk, omdat markten dan een langere periode van restrictief beleid moeten inprijzen. Dat pleit niet voor agressief uitbreiden van renterisico.

Linkers blijven nuttig

Daarom blijven inflatiegerelateerde obligaties een rol spelen in portefeuilles. De periode na corona heeft beleggers eraan herinnerd dat inflatie volatieler kan zijn dan in het decennium daarvoor. Aanbodschokken, energiemarkten, begrotingsbeleid en geopolitiek kunnen allemaal periodes veroorzaken waarin inflatieonzekerheid oploopt.

Die visie gold al twee jaar geleden en is nu nog relevanter. Nu inflatie cyclischer is en minder 'slapend' dan voorheen, kunnen inflation-linked bonds een nuttige hedge bieden, zeker wanneer ze tegen redelijke niveaus kunnen worden toegevoegd.

De conclusie is voorzichtig. De recente stijging van forward-inflatieverwachtingen is niet alarmerend en de curve blijft grotendeels verankerd. Maar het is wel een vroeg signaal dat aandacht verdient, meent Vereecke. Centrale banken zullen gefocust blijven op inflatie.

Obligatiebeleggers moeten daarom niet te snel aannemen dat duration snel beloond wordt, hoe aantrekkelijk de carry ook is. Voorlopig blijft voorzichtigheid met nominale duration verstandig. Inflatiegerelateerde obligaties behouden hun waarde als bescherming tegen een grilliger inflatiecyclus.