De financiële markten verwachten dat centrale banken de beleidsrentes agressief zullen verhogen als gevolg van de gestegen olieprijzen. Volgens Laura Cooper van Nuveen begint de ECB echter vanuit een gunstigere positie aan de inflatieschok dan de Bank of England (BoE).
De ECB heeft na acht verlagingen een ‘schonere’ uitgangspositie bereikt, met een depositorente die rond een neutraal niveau ligt. De Britse centrale bank daarentegen hanteert een rente die nog altijd restrictief is, terwijl de economische fundamenten, met een werkloosheid van 5,2% en stagnerende groei, aanzienlijk zwakker zijn.
De herinnering aan de hardnekkige inflatie van 2022 dwingt beleidsmakers nu tot waakzaamheid. De markten houden inmiddels rekening met drie ECB-renteverhogingen dit jaar, waarbij een eerste stap in juni, of bij een extreem scenario zelfs april, niet wordt uitgesloten. Voor de BoE ligt de drempel om te verkrappen een stuk hoger.
“Het Verenigd Koninkrijk is niet simpelweg slachtoffer van een wereldwijde uitverkoop op de obligatiemarkten, het is een outlier,” aldus de Global Investment Strategist. “Het land combineert de schok uit het Midden-Oosten met een prijsmechanisme voor energie dat de klap voor huishoudens versterkt. Dit komt bovenop een begrotingsdynamiek die beleggers in toenemende mate verontrust.”
“De kernvraag voor de komende weken is dan ook niet of beleidsmakers de rente willen verhogen, maar of de aanhoudende energieprijzen hen daartoe dwingen, en daarmee het VK in een recessie storten.”