De markt, de Amerikaanse centrale bank (Fed) en commentatoren wereldwijd lijken te geloven dat AI nu al banen verdringt. Dat zou de weg vrijmaken voor verdere desinflatie en renteverlagingen. Nieuwe aanwijzingen suggereren echter dat dit verhaal wellicht onjuist is. AI kan in de toekomst best voor meer overcapaciteit op de arbeidsmarkt zorgen, maar nu al de rente verlagen in de hoop op een technologische doorbraak, zeker gezien de gebeurtenissen in Iran en het Midden-Oosten, lijkt eerder wensdenken dan verstandig beleid, stelt George Brown, senior VS econoom bij Schroders.
Sinds de lancering van ChatGPT is het aandeel vacatures waarin AI-gerelateerde vaardigheden worden genoemd gestaag toegenomen, blijkt uit data van vacaturesite Indeed.com. Maar correlatie alleen zegt niet of AI de banengroei daadwerkelijk afremt. Er spelen meer belangrijke factoren mee.
Als AI op betekenisvolle schaal werknemers zou verdringen, zou dat zichtbaar moeten zijn in een duidelijke verbetering van de arbeidsproductiviteit. Buiten de VS is daarvan echter geen overtuigende versnelling te zien. Dat suggereert dat de impact van AI op de arbeidsmarkten in de G6-landen tot dusver beperkt is geweest.
Voor de Amerikaanse economie valt die mogelijkheid wel minder makkelijk uit te sluiten, gezien de productiviteitsontwikkeling daar (zie de bovenste lijn in de grafiek hieronder).
AI wordt steeds vaker genoemd in Amerikaanse ontslagmeldingen: in 2025 verwees bijna 5% ernaar. Die gevallen lijken echter vooral geconcentreerd in de technologiesector, wat ook logisch is gezien de sterke opschaling van investeringen (capex) in de afgelopen jaren.
Als aandeel van het reële bbp zijn de investeringen in hardware en software de afgelopen vijf jaar met 1,7 procentpunt gestegen.
Opvallend is ook dat de werkgelegenheid in loondienst in de sector kort na de lancering van ChatGPT een piek bereikte. Maar waarschijnlijk spelen ook factoren die niets met AI te maken hebben een rol. Zo kan het overhaast aannemen van personeel tijdens de pandemie een deel van de verklaring zijn. Daarnaast vormt het hogere renteklimaat sinds de pandemie een stevige tegenwind voor de sector.
Wat de oorzaak ook is: de daling van 5% in de werkgelegenheid in de technologiesector sinds de piek verklaart slechts een klein deel van de afkoeling op de Amerikaanse arbeidsmarkt. Vorig jaar verloor de sector 75.000 banen. Zet dat af tegen de banengroei in de rest van de economie: die bedroeg in 2025 nog maar 600.000 banen, bijna een tiende van de 5,5 miljoen banen die in 2022 werden gecreëerd.
Hoewel vastgesteld kan worden dat AI niet heeft geleid tot grote aantallen ontslagen, kan het nog steeds zijn dat AI de banengroei breder in de Amerikaanse economie afremt. Maar een bottom-up-analyse van de blootstelling van beroepen aan AI laat zien dat er sinds 2022 weinig verschil is tussen banen die meer risico lopen om geautomatiseerd te worden en banen die minder risico lopen.
Een ander veelgehoord argument is dat bedrijven minder startersbanen aanbieden, omdat AI veel junior taken kan overnemen. Maar indicatoren voor jeugdwerkloosheid laten geen structurele afwijking zien ten opzichte van de werkloosheid onder de ‘prime age’-groep (werkenden in de kernleeftijd 25-55 jaar). Dat suggereert dat AI de arbeidsvraag aan de marge niet noemenswaardig aantast.
De wereldwijde afkoeling van de banengroei is overtuigender te verklaren door een combinatie van factoren die niet met AI te maken hebben. Onzekerheid over importheffingen drukt vermoedelijk de arbeidsvraag in vrijwel elke economie. Daar komen landspecifieke tegenwinden bij, zoals verhogingen van het minimumloon, en oplopende concurrentiedruk vanuit de Chinese auto-industrie voor onder meer Duitsland.
In de VS drukken strengere immigratieregels bovendien op de banengroei. Onderzoek van de Federal Reserve laat zien dat de vertraging in de werkgelegenheidsgroei sinds 2022 grotendeels het gevolg is van een lager arbeidsaanbod, en niet van een zwakkere vraag. Als het aanstellen van medewerkers weer aantrekt terwijl het aanbod krap blijft, kan de loondruk daardoor juist toenemen.
Op het eerste gezicht wijst dat erop dat de inflatierisico’s nog steeds vooral aan de bovenkant liggen. Tegelijk meent de beoogde Fed-voorzitter Kevin Warsh dat de VS midden in een AI-gedreven productiviteitshausse zit, wat ruimte zou bieden voor lagere rentes. Brown's ontleding van de arbeidsmarkttrends sinds 2022 suggereert echter dat die hausse nog niet is gearriveerd. Nu al de rente verlagen zou daarmee neerkomen op een gok op een technologie waarvan het macro-effect nog niet is bewezen, terwijl modellen erop wijzen dat het beleid al ruimhartig is.
Als Amerikaanse beleidsmakers te vroeg versoepelen in de verwachting van AI-gedreven desinflatie, lopen ze het risico de prijsdruk opnieuw aan te wakkeren. De rentecurve kan dan steiler worden: een rally aan de korte kant botst met een verkoopgolf in langere looptijden. Ook de inflatiecompensatie in obligaties (breakevens) kan oplopen als inflatieverwachtingen zich steviger verankeren.