Europa telde in 2025 een recordaantal grote faillissementen. Vooral in West‑Europa vallen opvallend veel grote bedrijven om. Met name in de bouw, retail en dienstverlening. Nederland is de uitzondering. Bij ons gingen in 2025 minder grote concerns kopje onder. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van kredietverzekeraar Allianz Trade.
Het aantal grote bedrijfsfaillissementen wereldwijd (bedrijven met een omzet van meer dan 50 miljoen euro) liep afgelopen jaar op tot een nieuw decenniumrecord. In totaal 475, oftewel meer dan één groot faillissement per dag. Tweederde hiervan (311) komt voor rekening van West‑Europa. Daarmee blijft de regio ruimschoots voor op Noord‑Amerika en Azië, die elk 64 grote faillissementen telden.
De omzet die verloren ging door grote bedrijven die in wereldwijd in 2025 failliet gingen bedroeg 208 miljard euro, een stijging van +12%. Met een piek in het vierde kwartaal. In de laatste drie maanden ging 66 miljard euro aan omzet verloren door grote faillissementen, een toename van +31% (y/y). Gemiddeld ging het per faillissement om bedrijven met een omzet van ongeveer 440 miljoen euro.
Binnen de EU springen vooral Duitsland, Italië en Frankrijk eruit, naast het Verenigd Koninkrijk. Allianz Trade registreerde 94 grote faillissementen in Duitsland, 65 in Italië, 49 in Frankrijk en 56 in het Verenigd Koninkrijk. Daarmee behoren deze landen tot de absolute wereldtop.
Johan Geeroms (Director Risk Underwriting Benelux van Allianz Trade). “We zien vooral in Europa toenemende kwetsbaarheden in industriële sectoren. Denk aan chemie, elektronica, automotive, machinebouw, metaal en textiel. Daar zien we bovengemiddelde niveaus vergeleken met de periode 2015‑2024.”
Volgens Geeroms vergroot de toename van grote faillissementen de kans op domino‑effecten. “Grote bedrijven hebben doorgaans een uitgebreid netwerk aan leveranciers en onderaannemers. Dergelijke faillissementen kunnen hele toeleveringsketens raken. Vooral in de bouw, automotive, retail en transport kan het omvallen van een grote speler snel doorwerken naar kleinere bedrijven in de keten.”
Wat is volgens Geeroms de verklaring dat juist West-Europa zo hard wordt getroffen door grote faillissementen? “Het is een combinatie van factoren zoals hoge kosten en snel stijgende financieringslasten. Dit verzwakt de concurrentiepositie. West-Europese bedrijven kampen met relatief hoge energieprijzen, terwijl ook milieuregels en emissienormen in Europa strenger zijn dan in veel andere regio’s. Dat zorgt voor een ongelijk speelveld, vooral voor energie‑intensieve en kapitaalintensieve sectoren zoals industrie, chemie, metalen en bouw.”
Ook wijst Geeroms op China: “Doordat de Amerikaanse markt deels wordt afgesloten voor Chinese producten, verschuift een deel van die goederenstroom naar Europa, met meer prijsdruk en dumpingrisico’s als gevolg. Tegelijkertijd moet Europa dealen met een sterke euro tegenover een verzwakte dollar. Hierdoor is Europese export gemiddeld zo’n 15% duurder geworden in een jaar tijd. Dat zet marges en volumes van exportgerichte bedrijven in Europa verder onder druk.”
Over de Nederlandse situatie zegt Geeroms: “Na een duidelijke stijging in 2023 en 2024 nu dan een daling. We moeten ons niet rijk rekenen. Onder de oppervlakte blijft het risico hoog. Het algemene faillissementsniveau is historisch gezien nog steeds verhoogd en veel bedrijven hebben beperkte buffers, na jaren van hogere rente en kosteninflatie.”