De digitale discussie is opnieuw opgelaaid. Drie jaar geleden werd de VR-technologie de toekomst genoemd. De digitale wereld zou compleet veranderen door de technologie en niets zou hetzelfde blijven. De consument zou met een klik op de knop in een virtuele wereld terecht komen waar de mogelijkheden eindeloos zouden zijn.
Maar die wereld is er nog niet, zo schrijven de critici – en die gaat er ook niet komen. Want VR-Gaming is mislukt. Maar is dat wel het hele verhaal?
Virtual Reality (en Augmented Reality óók) worden vaak in één adem genoemd met gamen. Trek jij die lijn ook automatisch, dan heb je een feitje gemist dat door 99% van de mensen gemist wordt.
VR en AR worden ontzettend veel getest binnen de wereld van het gamen en daar is een logische verklaring voor. De gemiddelde computer, laptop of telefoon beschikt niet over de capaciteit om de rekenkracht te leveren die nodig is om AR of VR toe te passen. Maar de technologie moet wel uitvoerig getest worden voordat deze ingezet wordt.
Dan kom je automatisch bij de gamers uit. Zij hebben de systemen met de processoren die wel de rekenkracht kunnen leveren. Ook zijn gamers vaak bereid om nieuwe software en technologie te testen, zeker wanneer het een innovatief of revolutionair karakter heeft. Daarmee was VR-Gaming de eerste en meest logische stap bij het toepassen van de features.
Laten we een parallel trekken om het duidelijker te maken: herinner jij je nog hoe ‘ontzettend goed’ het internet was, een jaar nadat het beschikbaar was voor iedereen? Deze technologie had al tientallen jaren achter de rug en had nog eens jaren nodig voordat het écht inzetbaar zou worden. VR zit in een gelijke fase, maar is direct geïntroduceerd op het moment dat het inzetbaar was, zonder dat de infrastructuur hier al geschikt voor is.
Dat het nu – een slordige drie jaar na de introductie – binnen de gamewereld nog niet de nieuwe standaard is, dat zegt dus niet zo gek veel. Zeker niet wanneer je beseft dat de gameontwikkelaars eerst nog alle software aan moeten passen, zodat zij VR-spellen kunnen maken.
Online casino’s maken al gebruik van VR. En dat op een bijzonder succesvolle manier, wanneer je kijkt naar ontwikkelaars zoals Evolution Gaming bijvoorbeeld. Door meerdere camera’s op een speeltafel in het fysieke casino te richten, ontstaat er een virtuele realiteit op het scherm van de speler. Eigenlijk dus een échte realiteit, maar omdat de bezoeker zich niet fysiek bevindt op de plek die hij ziet, is het wel degelijk virtuele realiteit.
Men is het nog niet helemaal eens over de toekomst van VR. De entertainmentindustrie is miljarden waard, neemt jaarlijks in omzet en omvang toe en heeft belang bij de VR. Maar andere sectoren, zoals het leger en het onderwijs, staan misschien nog wel veel harder te springen om de technologie. Hoe praktisch is het wanneer piloten al eens kunnen vliegen dankzij VR, medici een slagveld kunnen betreden zonder gewond te raken of complete trainingen in VR verricht kunnen worden om zo talenten voor morgen op te leiden?
Wanneer het gaat om VR-Gaming, kunnen we makkelijk stellen dat deze ontwikkelingen op dit moment nog in de kinderschoenen staan. De techniek is nog niet waar we het willen hebben en het ontbreekt aan grote stappen binnen de ontwikkelingen om het echt groot te maken. Maar we mogen tegelijkertijd niet vergeten dat deze technologieën op een veel breder speelveld ingezet worden, waar op dit moment al wel grote successen behaald worden wereldwijd.
HTC en Oculus hebben de ogen gericht op de gamemarkt en zijn actieve spelers binnen de wereld van VR-Gaming. Wanneer meer ontwikkelaars en programmeurs aan de slag gaan met het maken van spellen die uitsluitend gespeeld kunnen worden in VR, dan is het hek van de dam. Analisten verwachten dat deze markt eind 2020 een miljardenmarkt gaat worden, waarbij bedragen van 117 miljard dollar geen uitzondering zijn. Tot die tijd lijkt VR-Gaming vooral een bijzonder geschikte manier om nieuwe mogelijkheden uit te proberen om zo de weg vrij te maken voor inzetbaarheid in andere branches, die VR net zo hard nodig hebben maar waar testen van de mogelijkheden niet direct mogelijk is.