Agressie, bedreiging en intimidatie komen veel voor in het werk van gerechtsdeurwaarders. Ook medewerkers van gerechtsdeurwaarderskantoren krijgen ermee te maken. Onder hen is sinds 2024 een stijging zichtbaar. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG).
In 2026 kreeg 85 procent van de gerechtsdeurwaarders in een periode van twaalf maanden te maken met agressie, bedreiging of intimidatie. Daarmee blijft het aandeel, net als bij de meting in 2024, hoog. Onder medewerkers steeg het percentage van 65 procent in 2024 naar 76 procent in 2026.
Verbale agressie komt onder gerechtsdeurwaarders het meest voor. In het afgelopen jaar kreeg 81 procent hiermee te maken. 51 procent maakte intimidatie mee, 43 procent bedreiging en 24 procent fysieke agressie. Bij deze vormen van agressie zijn geen statistisch significante verschillen gevonden ten opzichte van 2024.
Ook medewerkers krijgen vooral te maken met verbale agressie. In 2026 gold dit voor 73 procent van de medewerkers. Zeven op de tien medewerkers maakten in het afgelopen jaar meerdere incidenten mee.
Agressie heeft voor veel gerechtsdeurwaarders gevolgen. Van de gerechtsdeurwaarders die hiermee te maken kregen, ervaart 58 procent nadelige effecten. Bij 44 procent heeft dit invloed op het werkplezier. 26 procent denkt door ervaringen met agressie weleens aan stoppen met het werk als gerechtsdeurwaarder.
Ook de manier van werken verandert. 62 procent geeft aan het werk na ervaringen met agressie in enige mate anders te doen. Gerechtsdeurwaarders zijn bijvoorbeeld alerter, nemen voorzorgsmaatregelen of benaderen mensen voorzichtiger. Van alle gerechtsdeurwaarders zegt 66 procent dat het risico op agressie invloed heeft op de manier waarop zij hun beroep uitoefenen.
“De cijfers laten zien dat agressie nog steeds veel voorkomt in het werk van gerechtsdeurwaarders. Ons werk kan emoties oproepen. Bedreiging, intimidatie en fysieke agressie horen daar niet bij. De gevolgen voor gerechtsdeurwaarders en medewerkers verdienen blijvende aandacht”, aldus Chris Bakhuis-van Kesteren, voorzitter van de KBvG.
De meeste gerechtsdeurwaarders bespreken een incident met iemand. Van het meest recente incident deed 12 procent zelf of via het kantoor aangifte. Gerechtsdeurwaarders die geen aangifte doen, geven onder meer aan dat zij het incident niet ernstig genoeg vinden of weinig verwachten van een aangifte. Een deel ziet agressie als iets dat bij het werk hoort.
Het lage aantal aangiften is voor de KBvG een aandachtspunt. Gerechtsdeurwaarders kunnen ondersteuning krijgen bij het doen van aangifte. De KBvG is met het ministerie van Justitie en Veiligheid in gesprek over manieren om aangifte eenvoudiger te maken, onder meer via een digitaal aangifteloket.
De KBvG heeft sinds de eerste meting verder geïnvesteerd in ondersteuning en weerbaarheid. Zo is er een weerbaarheidscoördinator en zijn er trainingen en voorzieningen voor advies, begeleiding en persoonlijke veiligheid. 94 procent van de gerechtsdeurwaarders kent de weerbaarheidstrainingen inhoudelijk of van naam. Van deze groep heeft 59 procent gebruikgemaakt van de trainingen.
De stijging onder medewerkers krijgt binnen deze aanpak aandacht. De ondersteuning rond weerbaarheid richt zich ook op medewerkers die bijvoorbeeld telefonisch of aan de balie contact hebben met mensen. De KBvG gebruikt de resultaten van het onderzoek om te bekijken waar extra ondersteuning of maatregelen nodig zijn.
Ipsos I&O voerde het onderzoek uit in januari en februari 2026. In totaal namen 171 gerechtsdeurwaarders en 249 medewerkers van gerechtsdeurwaarderskantoren deel. De resultaten onder gerechtsdeurwaarders zijn gewogen naar geslacht, leeftijd en ressort. De resultaten onder medewerkers zijn niet gewogen, omdat hiervoor geen populatiegegevens beschikbaar zijn. Het onderzoek is een herhaling van de meting uit 2024.,