De warmteleveranciers Duurzame Energie Veenendaal-Oost (DEVO), Ennatuurlijk, Vattenfall en Westpoort behaalden in 2024 geen onredelijke winst. Uit onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) blijkt dat het berekende financiële rendement van de leveranciers in 2024 hoger was dan het normrendement. De leveranciers gebruikten het verschil onder andere voor de compensatie van aanloopverliezen, het aflossen van leningen voor investeringen in warmtenetten en het opbouwen van reserves voor toekomstige uitbreidingen van warmtenetten. Het verschil komt daarmee ten goede van de warmtenetten voor huidige en toekomstige gebruikers en is niet gebruikt voor extra winstuitkeringen aan aandeelhouders. De ACM blijft het financiële rendement van warmteleveranciers monitoren en doet opnieuw onderzoek als blijkt dat het financiële rendement van warmteleveranciers in 2025 hoger is dan de norm.
Op 14 januari 2026 heeft de ACM de Rendementsmonitor over het jaar 2024 gepubliceerd. Warmteleveranciers leveren informatie aan voor de Rendementsmonitor. De ACM berekent volgens een gestandaardiseerde werkwijze wat het financiële rendement van leveranciers was bij het leveren van warmte aan huishoudens en andere kleinverbruikers. Uit de Rendementsmonitor bleek dat het berekende rendement van alle leveranciers varieerde van -56% tot +15% procent. Bij 4 leveranciers was het berekende rendement hoger dan het redelijke rendement (7,1%). De ACM heeft besloten bij deze 4 warmteleveranciers nader onderzoek te doen met een zogenoemde rendementstoets. Dit onderzoek leidt niet tot de conclusie dat sprake is van een onredelijke winst. De ACM blijft het financiële rendement van alle warmteleveranciers ook de komende jaren monitoren en verwacht de resultaten van de rendementsmonitor over het jaar 2025 dit najaar te publiceren.
Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “Huishoudens die zijn aangesloten op een warmtenet kunnen niet kiezen van welke leverancier zij hun warmte afnemen. Het is belangrijk deze gebonden gebruikers te beschermen tegen onredelijk hoge tarieven en overwinsten van hun leverancier. Daarom houdt de ACM het financiële rendement van warmteleveranciers scherp in de gaten.”
Om warmteverbruikers te beschermen tegen onredelijk hoge tarieven stelt de ACM ieder jaar maximumtarieven vast. Deze maximumtarieven gelden voor alle huishoudens en andere kleinverbruikers die zijn aangesloten op een warmtenet. Voor grootverbruikers zoals grote bedrijven die zijn aangesloten op een warmtenet gelden deze maximumtarieven niet. Warmteleveranciers mogen een redelijk rendement maken, maar mogen de maximumtarieven voor huishoudens niet gebruiken om onredelijke winsten te maken. Daarom houdt de ACM de financiële rendementen van warmteleveranciers in de gaten met een jaarlijkse rendementsmonitor. Als de rendementsmonitor hier aanleiding voor geeft doet de ACM extra onderzoek met een zogenoemde rendementstoets.
Met een rendementstoets kijkt de ACM 5 jaar terug om te kijken of er gegronde redenen zijn voor het hogere financiële rendement van een warmteleverancier. Een leverancier kan het hogere rendement bijvoorbeeld gebruiken om aanloopverliezen van eerdere jaren te compenseren. Als uit de rendementstoets blijkt dat er geen geldige reden is voor het hogere financiële rendement, kan de ACM daar tegen optreden. De ACM kan de leverancier dan dwingen om het te hoge financiële rendement terug te betalen met een korting op de tarieven voor het volgende jaar.