Meer woningeigenaren bekend met financierings- en subsidiemogelijkheden voor woningverduurzaming

Vier op de tien hypotheekbezitters hebben afgelopen jaar hun woning (verder) verduurzaamd, en een overgrote meerderheid heeft deze investeringen volledig met eigen spaargeld betaald. Dat blijkt uit de nieuwste Consumentenmonitor Hypotheekbezitters van de AFM. Huiseigenaren die verduurzaming overwogen, maar er toch van afzagen, noemen een gebrek aan financiële middelen het vaakst als reden. Toch hoeft een gebrek aan eigen middelen geen belemmering te zijn voor de installatie van een warmtepomp of isolatie van de woning: er bestaan diverse subsidies, gunstige leenmogelijkheden en regelingen die verduurzaming betaalbaarder kunnen maken. De bekendheid met deze regelingen neemt toe.

Bekendheid met verduurzamingsregelingen blijft toenemen

De bekendheid van huiseigenaren met regelingen om woningverduurzaming mee te financieren is de afgelopen jaren toegenomen. Uit de Consumentenmonitor Hypotheekbezitters blijkt dat steeds meer hypotheekbezitters hebben gehoord van het Warmtefonds, het meefinancieren van energiebesparende maatregelen, rentekortingen van hypotheekverstrekkers en de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, RVO. In 2025 is ruim de helft van de huiseigenaren bekend met elk van deze initiatieven.

Meer huiseigenaren maken ook gebruik van enkele van deze mogelijkheden, maar nog lang niet iedereen weet de weg hiernaar te vinden. Het aantal hypotheekbezitters dat aangeeft gebruik te hebben gemaakt van de ISDE laat een duidelijke stijging zien: van 1 op de 10 in 2023 naar ruim 1 op de 7 in 2025. Het gebruik van de andere initiatieven is niet gestegen en beperkt. Zo geven ongeveer 1 op de 20 huiseigenaren aan ooit gebruik te hebben gemaakt van het Warmtefonds.

Spaargeld blijft veruit belangrijkste financieringsbron

Vier op de tien hypotheekbezitters geeft aan de woning het afgelopen jaar (verder) te hebben verduurzaamd. Wie verduurzaamt, doet dat vooral met eigen middelen: ruim 8 op de 10 hypotheekbezitters die hun woning vorig jaar verduurzaamden, betaalde dit met spaargeld. Daarnaast zien we een groeiende groep die aangeeft verduurzaming ‘op een andere manier’ gefinancierd te hebben: van ruim 1 op de 20 in 2023 naar ruim 1 op de 10 in 2025. Hierbij noemen respondenten onder meer gemeentelijke subsidies, financiering via de VvE, het Warmtefonds en het afsluiten van een persoonlijke lening.

Verder gaven ruim 1 op de 10 huiseigenaren die afgelopen jaar hun woning verduurzaamden aan dat zij voor de financiering een extra hypotheek afsloten – vrijwel altijd na het inwinnen van advies (11% met advies versus 1% zonder). Een kleine groep maakte gebruik van consumptief krediet (3%).

Meer consumenten actief benaderd over verduurzaming

Opvallend is ook dat het aantal hypotheekbezitters dat aangeeft ooit te zijn benaderd door hun hypotheekadviseur of -verstrekker de afgelopen jaren bijna is verdubbeld. Waar in 2022 1 op de 20 huiseigenaren dit aangaf, steeg dit in 2025 naar bijna 1 op de 10. Hoewel het aandeel hiermee nog altijd relatief bescheiden is, ziet de AFM de stijgende lijn als een positieve ontwikkeling.

De transitie naar een duurzame samenleving raakt ook de financiële keuzes van consumenten. De AFM vindt het belangrijk dat hypotheekverstrekkers en -adviseurs hen daarbij goed ondersteunen. Wij zien in onze onderzoeken dat hier kansen liggen voor adviseurs en aanbieders, bijvoorbeeld door klanten proactiever te informeren en adviseren over de financiële mogelijkheden voor woningverduurzaming. Ook kunnen zij consumenten helpen die wel willen verduurzamen, maar denken dat het financieel niet haalbaar is.

Jos Heuvelman, bestuurder bij de AFM: “Wij zien dat er ruimte is voor hypotheekverstrekkers en -adviseurs om consumenten beter te ondersteunen bij verduurzaming van de woning. Door proactief het gesprek aan te gaan over financieringsmogelijkheden kunnen zij bijdragen aan weloverwogen financiële keuzes.”