De daling van de Nederlandse inflatie naar 2,4 procent in januari is goed nieuws voor spaarders. Na jaren waarin inflatie het moeilijk maakte om met sparen koopkracht te behouden, ontstaat er weer voorzichtig ruimte voor waardeopbouw.
Tegelijkertijd blijkt uit de afgelopen twaalf maanden hoe kwetsbaar vrij opneembaar sparen in dit opzicht blijft. De rente op dit type rekeningen beweegt sterk mee met de ECB-rente en fluctueert vaak sneller dan spaarders verwachten. Waar de hoogste variabele rentes begin 2025 nog rond de 3 procent per jaar lagen, is dat inmiddels gedaald naar 2,1 procent per jaar.
Daardoor blijft het risico bestaan dat spaargeld in waarde daalt zodra de inflatie opnieuw stijgt.
Wie vooruitkijkt, vindt in termijndeposito’s veelal een aantrekkelijker en stabieler alternatief. Op vaste looptijden liggen de rentes inmiddels ruim boven de inflatie, met rentes die oplopen tot 3,2 procent per jaar. Door de rente voor langere tijd vast te zetten, creëren spaarders meer zekerheid over het rendement en daarmee over het behoud – en mogelijk de opbouw – van koopkracht.
Ondanks de toegenomen populariteit van termijndeposito’s, staat nog steeds meer dan 80 procent van het Nederlandse spaargeld op direct opneembare rekeningen. Daarmee staat een groot deel van het spaargeld bloot aan renteschommelingen en levert het structureel minder op dan mogelijk zou zijn.
De lagere inflatie biedt spaarders weer kansen, maar alleen voor wie actief kiest in plaats van afwacht. Want in een markt waar de renteverschillen tussen spaarvormen weer flink oplopen, is niets doen óók een keuze – vaak een dure.