“Ruim kwart Nederlanders kan niets sparen voor later”

- 28% van de Nederlanders komt financieel maar net rond; vorig jaar was dat nog 25%
- Vooral bij ZZP’ers lijkt de nood hoog: 31% heeft in de afgelopen 12 maanden niets opzij kunnen zetten.
- Daarmee hebben veel mensen geen enkele ruimte om hun pensioen te verbeteren.

Amsterdam, 29 augustus – Het aantal Nederlanders dat zelf niets opzij kan zetten voor later groeit. Uit een groot pensioenonderzoek van Brand New Day blijkt dat 28% van de Nederlanders financieel maar net rondkomt – en geen geld aan het einde van de maand overhoudt. “Dat is meer dan vorig jaar. Dat betekent niet alleen dat meer huishoudens moeite hebben rond te komen – de ‘spaararmoede’ neemt toe – maar ook dat ze een mager pensioen niet kunnen verbeteren”, stelt Joost Tieland, directeur van de online pensioenbank.

Terwijl Nederlanders samen steeds meer geld op hun spaar- en betalingsrekeningen zetten – medio dit jaar telde De Nederlandsche Bank het op tot maar liefst 628 miljard euro - gaat het veel individuele huishoudens een stuk minder voor de wind. Uit het pensioenonderzoek van Brand New Day blijkt dat 28% van de ondervraagden in de laatste 12 maanden niets opzij hebben kunnen zetten voor later. Een jaar geleden was dat nog 25%.

Meer Nederlanders spreken hun spaargeld aan

Het percentage mensen dat spaargeld moest aanspreken om rond te komen stijgt, van 7% naar 13%. Vijftien procent komt precies uit.” Volgens Tieland betekent dit dat veel Nederlanders hun pensioen wellicht willen verbeteren, maar het simpelweg niet kunnen.

Tieland: “Het aantal Nederlanders dat niets kan sparen, schuift volgens het onderzoek op naar bijna een derde deel van de werkende beroepsbevolking: van 25 naar 28%. Dat is een toename van spaararmoede met ruim 10%! De kloof tussen spaarders en niet-spaarders groeit. Dat zal linksom of rechtsom ook doorwerken in de pensioensituatie van kwetsbare groepen.”

Beeld vooral schrijnend bij ZZP’er

De cijfers zijn nog slechter bij ZZP’ers, een groep van wie bekend is dat velen een pensioengat hebben, omdat ze geen of nauwelijks pensioen opbouwen: 31% heeft in de afgelopen 12 maanden niets opzij hebben kunnen zetten voor later. 10% kwam precies uit en 21% heeft het spaargeld moeten aanspreken om rond te komen.

Dat laatste percentage komt neer op een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar (9%). “Het aantal ZZP’ers dat noodgedwongen spaargeld aanspreekt, is daarmee verdubbeld. Dit toont aan dat de zorgen over de financiële situatie van een grote groep zelfstandigen terecht is”, concludeert Tieland.

Pensioenopbouw blijft achter

Ook als er wel voldoende inkomen is, leidt dit niet tot altijd tot pensioenverbetering. Slechts 31% van de ondervraagden heeft in het afgelopen jaar iets gedaan om het pensioen aan te vullen, terwijl 59% (vorig jaar 57%) helemaal niets ondernam.

Als er gespaard wordt is dat ook niet in eerste instantie voor het pensioen. Het opbouwen van een buffer is het belangrijkste spaardoel is een buffer (44%); pensioen staat pas op plek twee (30%).

Van de Nederlanders die sparen voor later, legt 29% tussen de €0 en €100 per maand opzij. Nog eens 23% spaart tussen de €101 en €250 per maand. Er zijn ook flinke spaarders: 22% legt maandelijks tussen de €501 en €2.500 opzij. Gemiddeld sparen Nederlanders €807,50 per maand voor later. Vorig jaar was dat nog €782. “Gemiddeld ziet dat er prima uit, maar achter die gemiddelden moeten we ons wel zorgen maken om een kwetsbare groep die geen of weinig financiële ruimte voor pensioenopbouw heeft”, aldus Tieland.