Investeringskansen in een nieuw Europees klimaat

Door Nathan Civile, Head of Representative Office in Nederland bij beleggingsplatform Freedom24

De Europese verkiezingen van midden juni hebben het politieke landschap in het Avondland aanzienlijk hertekend, wat ook gevolgen kan hebben voor het investeringsklimaat – zeker in combinatie met enkele hoopgevende tekenen van economisch herstel. De vraag is natuurlijk: laat de financiële wereld zich zomaar de wet dicteren door de politiek?

Een aantal factoren lijken erop te wijzen dat we misschien al in de tweede helft van dit jaar, maar wellicht eerder in 2025 een economische opleving kunnen verwachten. Dankzij relatief stabiele energieprijzen en geoptimaliseerde supply-chainprocessen – waardoor bedrijven niet om de haverklap stilliggen door gebrek aan onderdelen of grondstoffen – lijkt de inflatie stilaan onder controle. Dat heeft uiteraard een gunstig effect op de koopkracht van de consument, dat nog versterkt wordt door historisch lage werkloosheidscijfers – gemiddeld slechts zes procent voor heel Europa. Tot slot merken we ook een stilaan afnemend pessimisme over de nabije toekomst. Hoe erg het ook klinkt: de doorsnee burger ligt steeds minder wakker van de oorlogen in Oekraïne en Gaza… Al deze factoren samen zorgen ervoor dat de consumptie stijgt, met uiteraard positieve gevolgen voor het BNP.

De beurzen aarzelen

In deze context zou de opmerkelijke verschuiving naar de rechterkant van het politieke spectrum wel eens aanzienlijke gevolgen kunnen hebben op economisch vlak, al is dat momenteel nog heel erg onduidelijk. Uit de reactie van de beurzen op de resultaten van de Europese verkiezingen kunnen we bijvoorbeeld niet veel afleiden. De meesten reageren voorzichtig en eerder negatief – wat normaal is met politieke veranderingen en dus ook heel wat onzekerheid in het vooruitzicht. De Euro STAXX 50 daalde met bijna een procent, de DAX met een half procent, de AEX in Nederland 0,64 procent. De CAC40 zakte heel wat verder, maar dat heeft natuurlijk te maken met de aangekondigde vervroegde verkiezingen in Frankrijk.

Een en ander heeft natuurlijk wat te maken met het feit dat de resultaten in Nederland minder spectaculair uitvallen dan wat de ronkende krantentitels lieten uitschijnen. De PVV veroverde weliswaar heel wat zetels, maar moest uiteindelijk wel onderdoen voor de roodgroene coalitie van Frans Timmermans. Bovendien haalde de partij van Geert Wilders deze bijkomende zetels zowat integraal bij andere rechtse partijen, met op kop het FvD, dat compleet van de Europese kaart werd geveegd. Het resultaat is dat de pro-Europese partijen wel nog de meerderheid hebben in het parlement, maar uiteraard een sterker rechts blok het hoofd moeten bieden.

Welke sectoren profiteren?

Aangezien het moeilijk te voorspellen is hoe de economie in zijn geheel zal reageren op deze nieuwe politieke situatie, is het allicht geen slecht idee om een aantal sectoren uit te lichten waarvan we iets concreter kunnen voorspellen hoe ze eventueel kunnen evolueren.

Zo lijkt de kans groot dat er de komende jaren in Europa minder zal worden geïnvesteerd in hernieuwbare energie, waar partijen aan de rechterkant van het politieke centrum niet bepaald tuk op zijn. Er zijn weliswaar diverse wetten en akkoorden goedgekeurd inzake dergelijke investeringen, maar sommige daarvan zouden wel eens opnieuw ter discussie kunnen worden gesteld of alleszins aanzienlijke vertragingen kunnen ervaren in de uitvoering ervan. Dat zou dus goed nieuws betekenen voor de traditionele energiesector.

Wel populair aan de rechterzijde: technologie en innovatie op het vlak van beveiligingssystemen, surveillance en cybersecurity. Dus ook die sector biedt interessante investeringsmogelijkheden.

Zoals het faillissement van busbouwer Van Hool uit Koningshooikt haarscherp heeft aangetoond, moeten de Europese lidstaten een goed plan bedenken om de industriële nijverheid in onze contreien nog levenskansen te bieden. Dat kan uiteraard best op Europees niveau, maar rechtse partijen zijn nogal gesteld op soevereiniteit en staan dus niet te popelen om dat vlak met andere lidstaten samen te werken. Ook van internationale handelsakkoorden zijn ze eerder koele minnaars, terwijl Europa daar toch wel nood aan lijkt te hebben. Grote infrastructuurprojecten – vooral inzake transport, telecom en stadsontwikkeling – zouden dan weer wel de wind in de zeilen kunnen krijgen.

Samengevat: het is voorlopig nog koffiedik kijken hoe de economie en de financiële markten gaan reageren op de electorale verschuivingen in het Europees Parlement. Voor een aantal sectoren – traditionele energie, infrastructuur en beveiliging – zien de prognoses er alvast positief uit, maar de impact van politieke verandering is nooit eenduidig. Politieke instabiliteit – en zeker een gridlock op bestuursniveau – maar ook initiatieven om het huidige beleid radicaal om te gooien kunnen altijd roet in het eten gooien.